Wijkvisie Kinderfaculteit

Wijkvisie

De Kinderfaculteit werkt samen met organisaties die hetzelfde denken over opvoeding. Hierdoor kunnen professionals, ouders en vrijwilligers goed samenwerken. Dit doen zij met behulp van dezelfde waarden en omgangsvormen. Ook is er duidelijkheid over grenzen en gewenst en ongewenst gedrag. Dit is belangrijk, omdat kinderen zich zo veilig kunnen ontwikkelen. Ook kunnen alle partners zo op dezelfde manier te werk gaan. Dit heeft positieve invloed op de samenwerkingen.

Alle organisaties in Pendrecht hebben hun eigen ideeën en meningen over opvoeding. Er zijn kleine verschillen, maar de werkwijzen lijken veel op elkaar. Vanuit alle ideeën en meningen is gekeken naar wat belangrijk is voor Pendrecht. Dit vormt nu de basis voor de Kinderfaculteit. Hieronder kunt u lezen wat deze basis is.

  
Pedagogische waarden

Pedagogisch = alles wat met opvoeden te maken heeft.

 Elk kind is uniek

Ieder kind moet de kans krijgen om zijn/haar talenten te ontwikkelen. Dit moeten zij kunnen op alle gebieden, zoals sociaal en emotioneel. Hierbij moet rekening gehouden worden met zijn/haar eigen tempo en ontwikkeling. Kinderen worden gestimuleerd om te kiezen voor iets waar ze interesse in hebben. Aan kinderen wordt ook geleerd om keuzes te maken. Hierbij wordt ze ook geleerd wat de gevolgen zijn van keuzes die je maakt.

Positieve benadering

In Pendrecht stralen we een positieve sfeer naar kinderen uit. Kinderen voelen zich er welkom en gewaardeerd; zij weten dat ze belangrijk zijn. Kinderen mogen fouten maken en nieuwe dingen uitproberen. Hierop wijzen wij hun niet af. Positief gedrag van kinderen naar elkaar toe wordt gestimuleerd. In Pendrecht is een goede balans tussen steun en toezicht. Hierdoor is het makkelijker om grenzen te stellen en regels in stand te houden.

Een veilige omgeving

Kinderen ontwikkelen zich het beste in een veilige omgeving. Een sociale en veilige omgeving ontstaat door structuur en duidelijke regels. Afhankelijk per organisatie zijn regels en structuur strenger of minder streng. In de buitenschoolse opvang of in de speeltuin kan de structuur losser zijn. Op school of op de Kinderfaculteit is de structuur strenger. Kinderen leren zo met verschillende situaties omgaan.

De Kinderfaculteit heeft een aantal basisregels afgesproken. Deze regels lijken veel op de regels van de scholen. Dit geeft duidelijkheid voor de kinderen. Professionals en vrijwilligers controleren of deze regels worden opgevolgd. Zij kunnen elkaar hierbij helpen. Ouders worden er ook bij betrokken.

Respect voor elkaar en voor de omgeving

Alle kinderen kunnen samen meedoen aan activiteiten. Dit zijn kinderen:

  • Met verschillende culturele achtergronden.
  • Van verschillende scholen.
  • Met verschillende niveaus.
  • Van verschillende leeftijden.

Er is respect voor verschillen en hierdoor kan iedereen zichzelf zijn. Kinderen leren naar elkaar te luisteren. Ze leren met elkaar te overleggen en voor elkaar te zorgen. Iedereen let op dat er geen kinderen buiten gesloten worden.

Ontwikkelen van sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden = kunnen omgaan met anderen en met hun kunnen communiceren. Dit wordt aangeleerd door middel van opvoeding en onderwijs.

Op de Kinderfaculteit krijgen kinderen de mogelijkheid hun sociale vaardigheden verder te ontwikkelen. Dit betekent dat zij beter leren omgaan met anderen. Het is hierbij belangrijk dat kinderen zich vertrouwd en geaccepteerd voelen. Er wordt gelet op:

  • Communiceren.
  • Samenwerken.
  • Inleven in anderen.
  • Problemen durven oplossen.
  • Verantwoordelijkheid.
  • Zelfvertrouwen.

Bij het aanleren van vaardigheden gaat het om:

  • Kennis; ‘ik weet het’.
  • Vaardigheden: ‘ik kan het’.
  • Persoonskenmerken: ‘ik ben het’.
  • Motivatie: ‘ik wil het’.

Sociale vaardigheden leren kinderen thuis, op school en in de wijk. Op school en op de Kinderfaculteit zijn daar speciale programma’s of activiteiten voor. Een goede balans tussen vrijheid, structuur en begeleiding in de omgeving is belangrijk. Hierdoor worden sociale vaardigheden verder ontwikkelt.

Ook thuis moeten sociale vaardigheden ontwikkeld worden. Ouders kunnen hierbij ondersteuning krijgen van professionals.

  
Ouders als partners

Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding: thuis is de basis. Ouders zijn belangrijke partners voor ons. Samen kunnen we de pedagogische visie van de wijk succesvol maken.

Ouders zijn op verschillende manieren partner op school. School bespreekt met ouders de ontwikkeling van hun kinderen. Ouders zijn betrokken bij leerprocessen en activiteiten van kinderen. Ouders worden vaker gevraagd om ook een actieve rol te spelen in de Kinderfaculteit. En natuurlijk hebben ouders een rol bij de begeleiding van kinderen als zij buiten zijn. Zij helpen zo mee aan een veilige sfeer op straat.

  
Afspraken over regels en gedrag

 Pedagogisch = alles wat met opvoeden te maken heeft.
Wijkvisie = wat we met de wijk willen bereiken.

Omgangsvormen

Alle professionals en vrijwilligers die in Pendrecht met kinderen werken, hebben samen de verantwoordelijkheid voor de sfeer in de wijk. Zij zijn samen verantwoordelijk voor de ‘pedagogische wijkvisie’. Dit betekent dat zij werken aan:

  1. Het aanleren van sociale competenties.
  2. De keuze voor de juiste activiteiten.
  3. Het benaderen van kinderen op een positieve manier.
  4. Het stimuleren van kinderen, zodat zij meedoen aan activiteiten van de Kinderfaculteit.

Hoe doen zij dit?

De professionals en vrijwilligers houden zich aan de volgende regels:

  • Wij hebben waardering voor elkaar.
  • Wij sluiten niemand buiten.
  • Wij luisteren naar elkaar en hebben oog voor elkaar.
  • Wij respecteren elkaar: iedereen mag verschillend zijn en verschillend denken.
  • Wij lossen een conflict op door met elkaar te praten.
  • Wij behandelen elkaar zoals we zelf behandeld willen worden.
  • Wij lachen met elkaar, niet om elkaar.
  • Als we zien dat iemand gepest wordt, of als je zelf gepest wordt, vertellen we dit aan de meester of juf.
  • We houden de Kinderfaculteit netjes.
  • Wij zijn ‘Lekker Fit’, we eten en drinken gezond.

Pedagogisch gedrag Kinderfaculteit

Iedereen die activiteiten uitvoert in de Kinderfaculteit, houdt zich aan de regels die hierboven staan. Dit zijn de docenten, trainers, vrijwilligers en ouders. Zo kunnen we de pedagogische wijkvisie succesvol maken.

De volgende handvatten kunnen helpen, zodat iedereen weet waarop ze moeten letten. Door deze handvatten wordt ook duidelijk waarop iedereen aan te spreken is.

  • Kinderen worden door school en ouders gestimuleerd om een keuze te maken voor lessen, trainingen of activiteiten. Deze lessen passen bij hun interesse of zij vinden deze lessen zelf nodig. De medewerkers van de Kinderfaculteit houden rekening met het individuele niveau van de kinderen. Hij of zij kan hiermee omgaan en waardeert kinderen daarin. Levert dit problemen op? Dan koppelt de medewerker dat terug naar de projectleiding.
  • De docent van de Kinderfaculteit kent de namen van de kinderen in de groep. Hij begroet hen persoonlijk bij binnenkomst.
  • De docent is verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
  • In elke groep van de Kinderfaculteit bespreekt de docent of trainer hoe de kinderen met elkaar moeten omgaan. Per groep kunnen deze regels verschillen. De regels zijn wel altijd duidelijk. Consequenties van het niet opvolgen van regels ook.
  • Positief gedrag van kinderen wordt opgemerkt en gewaardeerd.
  • Ongewenst gedrag wordt aangepakt met een time-out systeem. Ongewenst gedrag beïnvloedt de veiligheid van de kinderen. Ook voelen kinderen zich hierdoor niet thuis op de Kinderfaculteit. De docent probeert het eerst met het kind op te lossen. Dit doet hij/zij op een positieve manier en door regels en grenzen duidelijk te maken. Is een waarschuwing niet voldoende? Dan volgt een maatregel, zoals een time-out. Dit betekent dat het kind 10 minuten buiten het lokaal wordt gezet. Het kind moet dan over zijn/haar gedrag nadenken. Er is hierbij altijd controle van de projectleiding of een assistent. Gaat het na 10 minuten weer goed? Dan mag het kind weer meedoen met de les. Gaat het nog steeds niet goed? En werkt de time out ook niet? Dan mag het kind de les niet afmaken. De projectleiding neemt dan contact op met de ouders en school.
    De volgende les is er een nieuwe kans. Gaat het dan niet beter? Dan moet het kind na de eerste waarschuwing de les verlaten. Er komt dan een gesprek met het kind en de ouders.
  • Kort na de start van de les haalt de gastvrouw van de Kinderfaculteit de presentielijst op in de les. Als een kind zonder afmelding niet naar de les of de training komt, dan neemt de projectleiding contact op met de ouders.
  • Als een kind niet alleen naar huis mag, dan let de docent erop dat het kind blijft tot het wordt opgehaald.