Protocol Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Inleiding

De gemeente Rotterdam wil de aankomende jaren hard werken aan de eigen kracht van de bewoners. De gemeente wil graag dat bewoners zich vrijwillig gaan inzetten voor hun omgeving. Het is namelijk belangrijk dat jongeren in een gezonde omgeving kunnen opgroeien. Een omgeving die kansen biedt en veilig is. Op deze manier kunnen jongeren beschermd opgroeien. Risico’s die de omgeving onveilig maken, moeten dan ook verkleind worden.

De gemeente komt snel in actie als de veiligheid of ontwikkeling van kinderen in gevaar is. Dit doen zij door problemen vroeg te herkennen. Dit kunnen problemen met gezondheid zijn, met gedrag of met veiligheid. Ook doet de gemeente veel aan preventie. Met preventie wil de gemeente voorkomen dat problemen ontstaan of verergeren. Kinderen die gezond en veilig opgroeien, hebben een goede basis om hun talenten te ontwikkelen. Ook kunnen zij zich beter ontwikkelen tot gezonde volwassenen die zichzelf kunnen redden en anderen kunnen helpen.

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling

De Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling is een hulpmiddel voor professionals. Professionals kunnen dit gebruiken als zij denken dat er huiselijk geweld of kindermishandeling plaatsvindt. Met deze meldcode kunnen zij dit beoordelen in 5 stappen. De meldcode biedt ondersteuning, zodat zij voorzichtig en goed met deze situaties kunnen omgaan.

Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn strafbaar. Het doel van de meldcode is dat professionals actie ondernemen als zij denken dat dit aan de orde is. Er is hiervoor ook een wet gemaakt. Deze wet heet ‘Wet Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling’. Deze wet bestaat sinds 1 juli 2013. De wet is bedoeld voor professionals in verschillende sectoren, zoals:

  • Onderwijs;
  • (Geestelijke) gezondheidszorg;
  • Kinderopvang;
  • Jeugdzorg;
  • Maatschappelijke ondersteuning voor justitie en gemeenten.

Alle professionals zijn verplicht actie te ondernemen als zij denken dat er huiselijk geweld of kindermishandeling plaatsvindt. Het stappenplan is hiervoor een belangrijk hulpmiddel. Vrijwilligersorganisaties zijn niet verplicht om met de meldcode te werken. (Bij een vrijwilligersorganisatie werken mensen die niet betaald worden voor hun werk.


Werken volgens de meldcode bij de Kinderfaculteit

Het volgen van het stappenplan van de meldcode is dus verplicht voor professionele organisaties. Het is ook aangeraden voor vrijwilligersorganisaties die met kinderen werken. Vitaal Pendrecht is bijvoorbeeld zo’n organisatie. De Kinderfaculteit Pendrecht is een project van Vitaal Pendrecht.

De Kinderfaculteit werkt met een professioneel team. Dit team bestaat uit professionele en vrijwillige docenten en trainers. Vrijwilligers ondersteunen de organisatie ook op andere manieren. De Kinderfaculteit is daarom een professionele organisatie én een vrijwilligersorganisatie.

Er is speciaal voor vrijwilligersorganisaties een aparte meldcode ontwikkeld. Door deze meldcode weten vrijwilligers hoe zij hiermee moeten omgaan. Ze weten wat ze moeten doen als ze het gevoel krijgen dat er iets aan de hand is. Dit gevoel heet het ‘niet pluis gevoel’. Ook staat in de meldcode hoe zij mensen moeten doorverwijzen naar andere organisaties. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn voor extra hulp en steun. Deze meldcode is ontwikkeld samen met de juriste van de Meldcode.

Het bestuur van Vitaal Pendrecht heeft voor de Kinderfaculteit het Protocol Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling gemaakt. Hierdoor weten onze medewerkers hoe zij de 5 stappen uit de meldcode goed kunnen doorlopen als zij denken dat er iets aan de hand is.

  
Verantwoordelijkheden en signaleren

De Kinderfaculteit heeft de verantwoordelijkheid om huiselijk geweld en kindermishandeling te herkennen. Als zij denken dat er iets aan de hand is, dan moeten zij actie ondernemen. Zij moeten dit doorgeven aan instanties of organisaties die hulp kunnen bieden aan het gezin. Onze teamleden, docenten, trainers, gastvrouwen en andere vrijwilligers zien de kinderen regelmatig. Zij kunnen het ‘niet pluis gevoel’ krijgen. Ook kunnen zij zien of kinderen zich anders gedragen. Dit wordt het ‘opmerken van signalen’ genoemd. Nadat zij signalen opmerken, is het ook hun taak om actie te ondernemen. Hierna wordt het protocol gevolgd. In het protocol staan de afspraken over de manier van werken van de medewerkers. Zij weten hierdoor dus precies wat ze moeten doen.

De docenten, trainers en vrijwilligers worden geholpen door de projectleiding. De projectleiding zorgt er ook voor dat het protocol goed wordt uitgevoerd. Zij zijn er verantwoordelijk voor dat de signalen bij de juiste instanties terechtkomen. Dit betekent dat de projectleiding deskundig moet zijn in het opmerken van signalen. Ook moeten zij kunnen omgaan met signalen van kindermishandeling.

Aandachtsfunctionaris

De meldcode werkt per organisatie met één of meerdere aandachtsfunctionarissen. Binnen het team van de Kinderfaculteit is Addie Bergwerff de aandachtsfunctionaris. Dit betekent dat zij het bestuur en de projectleiding adviseert. Ook helpt zij bij het invoeren en uitwerken van het protocol ‘Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling’ en het protocol ‘Handreiking signaleren in SISA’. Zij moet docenten, trainers en vrijwilligers op de hoogte houden van nieuwe informatie. Ook is zij verantwoordelijk voor het aanmoedigen van hun deskundigheid rondom huiselijk geweld en kindermishandeling en SISA. SISA is een computersysteem waarin professionals kunnen aangeven dat zij betrokken zijn bij een kind/jongere van 0 tot 23 jaar. Met dit systeem kunnen professionals contact met elkaar houden en goede begeleiding aan kinderen aanbieden.

In het protocol staat per fase aangegeven wie de verantwoordelijke personen zijn. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de projectleiding van de Kinderfaculteit.

Aandachtsfunctionaris Addie Bergwerff is te bereiken op de Kinderfaculteit via a.bergwerff@stichting-vitaalpendrecht.nl of via 06-498 967 97.

    
Stappenplan

Om op tijd (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling te signaleren, is het belangrijk om serieus om te gaan met het ‘niet pluis gevoel’. De medewerkers kunnen zich bijvoorbeeld zorgen maken over signalen die zij zelf denken te zien. Ook kan het gebeuren dat volwassenen of kinderen hun in vertrouwen nemen. Zij vertellen hun bijvoorbeeld dat er iets aan de hand is.

De meldcode bestaat uit een stappenplan. Hieronder ziet u dit stappenplan. Dit plan kan als hulpmiddel gebruikt worden als er signalen zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het doel van het stappenplan is een melding bij Veilig Thuis (in stap 5) te voorkomen. Dit doel kan bereikt worden door de acties te volgen die in stap 1 t/m 4 worden beschreven. Veilig Thuis is een organisatie voor advies, hulp en ondersteuning bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

In stap 1 overlegt de persoon die het probleem signaleert met iemand van de projectleiding en de aandachtsfunctionaris. In het overleg met collega’s (stap 2) wordt altijd contact gezocht met de intern begeleider van de school van het kind. De betrokken ouders worden ook op de hoogte gesteld. Dit gebeurt niet als de situatie gevaarlijk is voor het kind.

De 5 stappen van de meldcode

Registratie

De signalen en stappen die worden ondernomen, moeten goed worden geregistreerd. De signalen moeten gebaseerd zijn op feiten. Ouders en andere personen die betrokken zijn, moeten de registraties kunnen bekijken als zij dat willen. Voor de registraties wordt een map in de Dropbox van de Kinderfaculteit aangemaakt. Dropbox is een clouddienst voor het online opslaan van bestanden. De Dropbox van de Kinderfaculteit is met een code beveiligd. Als er schriftelijk materiaal is, dan wordt dit in een gesloten kast bewaard. De aandachtsfunctionaris is hiervoor verantwoordelijk.

    
Collegiaal overleg

 Als er iets wordt gesignaleerd binnen de Kinderfaculteit, dan wordt dit eerst besproken met de projectleider die het ‘dichtstbij’ staat. Dit kan bijvoorbeeld de projectleider Sport of Rekenfaculteit zijn. Hierna wordt het met de aandachtsfunctionaris besproken.

Het is belangrijk voor de Kinderfaculteit dat de school van de leerling ook op de hoogte wordt gebracht. Dit zal meestal de leerkracht of de intern begeleider van de school zijn. Aan de betrokken ouders wordt vooraf toestemming gevraagd voor het contact met de school. Is het nodig om verdere stappen te ondernemen? Zoals een SISA-signaal of zelfs een melding bij Veilig Thuis (in stap 5)? Dan wordt dit altijd gedaan in overleg met de aandachtsfunctionaris van de Kinderfaculteit en de intern begeleider van school. De intern begeleider van school doet uiteindelijk de melding bij Veilig Thuis als dat nodig is.

  
Definities

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Met “huiselijke kring” worden (ex-)partners, familieleden, huisvrienden en mantelzorgers bedoeld. Het woord ‘huiselijk’ verwijst niet naar de plaats van het delict (het kan zowel binnenshuis als buitenshuis plaatsvinden), maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer.

Bij huiselijk geweld kan het gaan om lichamelijk, psychisch of seksueel geweld of de dreiging hiermee. Dit is bijvoorbeeld:

  • (Ex-)partnergeweld;
  • Kindermishandeling;
  • Verwaarlozing van ouderen;
  • Geweld tegen ouders;
  • Vrouwelijke genitale verminking;
  • Huwelijksdwang;
  • Eer gerelateerd geweld.

Kenmerken huiselijk geweld
Er is sprake van een (verbroken) relatie tussen de pleger (degene die geweld gebruikt) en het slachtoffer. Hierdoor blijven de pleger en het slachtoffer deel uitmaken van elkaars leven, ondanks het geweld. Huiselijk geweld gebeurd vaak stelselmatig. Dit betekent dat het vaak en regelmatig voorkomt. Ook is het risico op herhaling groot. Dit is vooral een kenmerk bij geweld tussen partners. Het komt vaak voor dat er een verstoorde verhouding van macht is tussen de twee partners.

Kindermishandeling is elke vorm van seksuele, lichamelijke en emotionele mishandeling van minderjarige kinderen. Een kind is minderjarig als hij/zij jonger is dan 18 jaar. Dit veroorzaakt lichamelijke of psychische schade bij het kind.

Kindermishandeling kent vele vormen, zoals:

  • Seksuele kindermishandeling: Als een volwassene een kind seksuele aanrakingen opdringt.
  • Lichamelijke mishandeling: Het slaan, knijpen, schoppen, vastbinden, opsluiten of het opzettelijk laten vallen van een kind.
  • Emotionele of geestelijke verwaarlozing: Hierbij krijgt het kind niet of onvoldoende liefde, warmte en geborgenheid. Het kind wordt genegeerd, uitgescholden, afgewezen of bang gemaakt. Er is een gebrek aan positieve aandacht voor het kind. Veel en vaak ruzie maken door ouders of verzorgers in de buurt van het kind kan veel impact hebben op het kind. Als een kind getuige is van geweld tussen zijn/haar ouders, dan kan het kind hierdoor blijvend geestelijke en emotionele schade oplopen.
  • Eer gerelateerd geweld: Dwang, psychisch en fysiek geweld gepleegd vanuit een eermotief. Het gaat daarbij om geweld dat wordt gebruikt om te voorkomen dat een familielid bepaald gedrag vertoont dat de familie-eer in de gemeenschap kan schaden.
  • Huwelijksdwang: Dwang door ouders, andere familieleden of de sociale gemeenschap tot een huwelijk.
  • Vrouwelijke genitale verminking: een ingreep aan de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen, zonder medische noodzaak.


De gemeente Rotterdam heeft een signaleringskaart ontwikkeld. Deze kaart kan worden gebruikt om het herkennen van signalen te ondersteunen. Deze kaart is te vinden op www.rotterdam.nl/werken-leren/meldcode/Signaleringskaart-2016.pdf.